Met enige regelmaat ontvangen wij mailtjes van fotografen met vragen over portretrecht. Naar aanleiding daarvan nemen we even een moment om het geheugen op te frissen. Portretrecht betreft de rechten die een geportretteerde heeft met betrekking tot de publicatie van het portret dat van hem is gemaakt. Het portretrecht geeft geportretteerde personen onder bepaalde voorwaarden het recht zich te verzetten tegen publicatie van hun portret. Het is dus voor zowel de fotograaf als voor de geportretteerde van belang dit op voorhand schriftelijk goed te regelen. 

Voorheen was er enkel sprake van een portret als het gelaat van een persoon op de afbeelding stond. Tegenwoordig wordt het begrip portret veel ruimer geïnterpreteerd. Er is al sprake van een portret bij een afbeelding waarin de persoon kan worden herkend – zelfs als zijn gelaat niet zichtbaar is. Een karakteristieke lichaamshouding of een omgeving kan dus al bepalend zijn. 

Mocht je twijfelen of de foto wel of niet aan portretrecht moet voldoen kun je onderstaande vraag in je achterhoofd houden: als ik op deze foto zou staan, zou ik mezelf dan kunnen herkennen? Indien ja, portretrecht van toepassing.

Voor de rechter en linker foto’s geld portretrecht. De middelste foto’s is portretrecht n.v.t.

Bij redactioneel gebruik van beelden (bijvoorbeeld in een informatief boek of tijdschrift) is het portretrecht niet noodzakelijk, tenzij de geportretteerde in een kwaad daglicht wordt gesteld of anderszins aanstoot kan nemen aan de manier waarop hij/zij is afgebeeld. Het is dus toegestaan om foto’s op de Nationale Beeldbank te plaatsen, waarvoor het portretrecht niet geregeld is. Voor commercieel gebruik van een foto (bijvoorbeeld in een reclamecampagne of advertentie) dient het portretrecht altijd schriftelijk geregeld te zijn. Mondeling akkoord is niet voldoende.

Foto’s die voorzien zijn van schriftelijke toestemming door middel van een vrijwaringsformulier, hebben hierdoor een aanzienlijk hogere verkoopwaarde.